Waarom dit programma?

Als je veilig en met plezier wilt blijven hockeyen, helpt het om al jong de juiste oefeningen te leren. Het vraagt heel wat van lichaam en geest om tijdens de groei blessurevrij te sporten. En voor de jeugd, zeker voor jonge kinderen, wil je dat de oefeningen vooral leuk zijn, zodat plezier voorop blijft staan. Ook als het om een goede warming-up gaat.

Wat willen we bereiken?

Door dit programma aan te bieden, dagen we jou en je spelers uit om altijd een goede en gevarieerde warming-up te doen. Uit onderzoek weten we dat je daarmee de kans op blessures een stuk kleiner maakt. Start sterk met je training.

Niet alle blessures zijn te voorkomen, maar wel veel. Als een speler fit, geconcentreerd en vaardig is, is de kans op ernstige blessures minder groot. Als trainer ben jij de aangewezen persoon om je spelers de benodigde vaardigheden bij te brengen. Daarom heeft VeiligheidNL in samenwerking met de KNHB en kinder- en sportfysiotherapeuten dit warming-up programma ontwikkeld, speciaal voor hockey.

Download de app

Je trainingsschema’s onderweg en op het veld bekijken?

Vul hieronder je e-mail adres in, en ontvang een email om je wachtwoord te resetten.

Registratiepagina

Voornaam*
Verplicht
Achternaam*
Verplicht
Emailadres*
Verplicht
Ik ga het Warming-up oefenprogramma vooral gebruiken als:*
Wachtwoord
Verplicht
Wachtwoord Herhaling
Verplicht
Ja, ik ga akkoord met de algemene voorwaarden
Verplicht
Ja, VeiligheidNL mag mij benaderen voor onderzoek over het gebruik en verbeteringen van Warming-up.
Register

Teams

Toevoegen

Gegevens over je team
De categorie van mijn team
Samenstelling van je team
Team toevoegen
Nieuw
Geschiedenis
Informatie
Waarom dit programma?
Als je veilig en met plezier wilt blijven hockeyen, helpt het om al jong de juiste oefeningen te leren. Het vraagt heel wat van lichaam en geest om tijdens de groei blessurevrij te sporten. En voor de jeugd, zeker voor jonge kinderen, wil je dat de oefeningen vooral leuk zijn, zodat plezier voorop blijft staan. Ook als het om een goede warming-up gaat.

Dat het niet altijd vanzelf goed gaat, blijkt wel uit de cijfers. In 2016 bezochten 6.400 hockeyers met een blessure een SEH-afdeling van een Nederlands ziekenhuis. Daarmee staat hockey op de vierde plaats wat betreft het aantal SEH-behandelingen voor sportblessures.
Wat willen we bereiken?
Door dit programma aan te bieden, dagen we jou en je spelers uit om altijd een goede en gevarieerde warming-up te doen. Uit onderzoek weten we dat je daarmee de kans op blessures een stuk kleiner maakt.

Niet alle blessures zijn te voorkomen, maar veel wel. Als een speler fit, geconcentreerd en vaardig is, is de kans op ernstige blessures minder groot. Als trainer ben jij de aangewezen persoon om je spelers de benodigde vaardigheden bij te brengen. Daarom heeft VeiligheidNL in samenwerking met de KNHB en kinder- en sportfysiotherapeuten dit warming-up programma ontwikkeld, speciaal voor hockey.
Waarom dit programma?
Als je veilig en met plezier wilt blijven sporten, helpt het om al jong de juiste oefeningen te leren. Het vraagt heel wat van lichaam en geest om tijdens de groei blessurevrij te sporten. En voor de jeugd, zeker voor jonge kinderen, wil je dat de oefeningen vooral leuk zijn, zodat plezier voorop blijft staan. Ook als het om een goede warming-up gaat.

Dat het niet altijd vanzelf goed gaat, blijkt wel uit de cijfers. In 2016 kwamen jeugdige sporters in de leeftijd van 8 tot en met 18 jaar ruim 62.000 keer met een sportblessure op de SEH-afdeling van een ziekenhuis terecht, meer dan de helft van alle SEH-behandelingen voor een sportblessure. Dat kan en moet natuurlijk minder. En daar hebben we jouw hulp bij nodig.
Wat willen we bereiken?
Door dit programma aan te bieden, dagen we jou en je sporters uit om altijd een goede en gevarieerde warming-up te doen. Uit onderzoek weten we dat je daarmee de kans op blessures een stuk kleiner maakt.

Niet alle blessures zijn te voorkomen, maar veel wel. Als een sporter fit, geconcentreerd en vaardig is, is de kans op ernstige blessures minder groot. Als coach ben jij de aangewezen persoon om je sporters de benodigde vaardigheden bij te brengen. Daarom heeft VeiligheidNL in samenwerking met het Athletic Skills Model en kinder- en sportfysiotherapeuten dit warming-up programma ontwikkeld, speciaal voor jeugdige sporters..
Drie fases
De warming-up duurt ongeveer 12 minuten en is uitgewerkt voor vier categorieën. De oefeningen zijn verdeeld over drie fases:

  • Fase 1: voorbereiding (0-4 minuten).

  • Fase 2: motorische vaardigheden (4-8 minuten).

  • Fase 3: hockeyvaardigheden (8-12 minuten).

  • Elke fase bouwt voort op de vorige. De laatste fase sluit aan op de reguliere training of op de wedstrijd die volgt. In deze laatste fase zijn de oefeningen al zoveel mogelijk gericht op spelsimulatie. Je rondt de warming-up af met een oefening die gericht is op focus, spel en teamgevoel.

    Opbouw van elke fase
    Voor elke categorie is er een eigen warming-up, die rekening houdt met specifieke aandachtspunten. De opbouw is als volgt:

  • Aandachtspunten voor de gekozen categorie.

  • En dan per fase:
    • Opzet (bijvoorbeeld waar en met welk materiaal)
    • Thema’s (bijvoorbeeld trainen van techniek, stabiliteit, flexibiliteit, snelheid).
    • Specifieke oefeningen per thema (o.a. opbouw, aandachtspunten, uitvoering, moeilijkheidsgraad) en ook één of twee alternatieve oefeningen.
    Elke fase bouwt voort op de vorige. De laatste fase sluit aan op de reguliere training of op de wedstrijd die volgt. In deze laatste fase zijn de oefeningen al zoveel mogelijk gericht op spelsimulatie. Je rondt de warming-up af met een oefening die gericht is op focus, spel en teamgevoel.
    Voor wie is het bedoeld?
    Dit programma is een combinatie van essentiële factoren, waarmee je de kans op blessures aanzienlijk verkleint. Het is bedoeld voor alle jeugdige sporters (8-18 jaar), van beginners en gevorderden. Iedere sporter kan er waardevolle kennis en vaardigheden mee opdoen of aanscherpen. Voor de ervaren sporters kun je de oefeningen wat zwaarder maken.

    En natuurlijk is het voor jongens en meisjes. Steeds als we hier ‘hij’ of ‘zijn’ schrijven, kun je dus ook ‘zij’ of ‘haar’ lezen.
    Twee fases
    De warming-up duurt ongeveer 10 minuten. De oefeningen zijn verdeeld over twee fases:
  • Fase 1: behendigheid (0-5 minuten).
  • Fase 2: spelletje (5-10 minuten).
  • Fase 2 bouwt voort op fase1, en fase 2 sluit aan op de reguliere sportactiviteit die volgt. In fase 2 zijn de oefeningen al zoveel mogelijk gericht op focus, spel en teamgevoel.
    Aandachtspunten
    Veiligheid
    De veiligheid van je spelers staat voorop. Onderstaande checklist helpt je om daarop te letten.
  • Goede hockeyschoenen zijn van belang. Een goede hockeyschoen herken je als volgt:
    • Harde hielkap (die kun je niet wegdrukken met je duim).
    • Flexibel bij de voorvoet, maar juist stug bij de middenvoet (torsie stijf).
    • Bij voorkeur een veterschoen.
    • Niet helemaal versleten.
  • Doe de warming-up altijd op een rustig stuk veld zonder losliggend materiaal zoals ballen, sticks, etc.
  • Zorg voor genoeg ruimte op het veld, zodat spelers niet met elkaar kunnen botsen.
  • Laat spelers bij lagere temperaturen langer warmlopen, op lagere snelheid. Zo lopen ze zichzelf én dat gedeelte van het veld warm. Eerst goed activeren, dan pas de snelheid opvoeren.
  • Doe de warming-up altijd met volledige trainings- of wedstrijduitrusting.
  • Hou duels eerlijk en sportief.

  • Soms merk je dat spelers niet optimaal fit zijn. Bijvoorbeeld als ze herstellen een blessure of moeite hebben met het trainings- of wedstrijdtempo van de groep. In zo’n geval kun je de speler of zijn ouders aanraden om een professional in te schakelen voor hulp of advies.
    Groeispurt (D-, C- en B-jeugd)
    Ruwweg tussen de 10 en 15 jaar gaan kinderen door de (pre-) puberteit. Er verandert dan veel, zowel qua lengte en gewicht als hormonaal, sociaal en cognitief. Wanneer de puberteit begint en eindigt is per kind verschillend. Wel is het zo dat meisjes gemiddeld eerder in de puberteit komen dan jongens.

    Per jaar groeit een kind zo’n 4 tot 5 centimeter en wordt het ongeveer 2,5 kilo zwaarder. En hoewel de onderlinge verschillen in groei groot zijn, groeit ieder kind wel volgens een vast patroon:
  • Eerst groeien de voeten, handen en het hoofd.
  • Dan de armen en benen.
  • Vervolgens de rug.
  • Als laatste de breedte van de romp: bij jongens de schouders en bij meisjes het bekken.

  • Tijdens de groeispurt groeien de benen dus eerder dan de romp. Dat heeft gevolgen voor de motoriek. Deze kinderen bewegen zich slungelig en hun coördinatie is verstoord. Maar hoe herken je dit als trainer?

    Om meer inzicht te krijgen in de groeispurt is het belangrijk om de biologische ontwikkelingsleeftijd te kunnen bepalen. De kalenderleeftijd en de biologische ontwikkelingsleeftijd kunnen bij pubers heel verschillend zijn. Verstoorde coördinatie is een graadmeter waarmee je kunt bepalen of een kind in de groeispurt zit. Je ziet dan bijvoorbeeld:
  • Het kind is later bij de bal dan normaal.
  • Heeft geen goede opvangreactie tijdens een val.
  • Heeft onnodige botsingen.

  • Als de groeisnelheid tijdens de puberteit op zijn top is, spreken we van Peak Height Velocity (PHV). De start van de groeispurt ligt één jaar voor de PHV. De PHV is gekoppeld aan de biologische ontwikkelingsleeftijd.
  • Meisjes: PHV tussen de 9,0 en 15,0 jaar, gemiddeld 12,0 jaar.
  • Jongens: PHV tussen de 12,0 en 15,8 jaar, gemiddeld 14,0 jaar.

  • Er is een formule om te de PHV te berekenen. Op www.athleticskillsmodel.nl vul je lengte, gewicht, zithoogte, leeftijd en geslacht in. Deze site rekent dan de PHV uit en geeft aan op welke leeftijd de groeispurt naar verwachting op zijn top is.
    Jongens en meisjes (D-, C- en B-jeugd)
    Er verandert tijdens de puberteit dus veel op fysiek, hormonaal en cognitief gebied. In het kader van Blessurepreventie concentreren we ons op de fysieke veranderingen die invloed hebben op de manier van trainen.

    Meisjes zijn tijdens de groeifase fysiek meer in balans dan jongens. Dat komt doordat de ontwikkeling van benen en heupen bij meisjes vooropstaat. Dit zorgt voor een lager lichaamszwaartepunt. Bij jongens zijn het de schouders die breder worden, waardoor hun zwaartepunt juist hoger komt te liggen. Dat leidt tot instabiliteit.

    Een paar maanden na de PHV neemt het gewicht versneld toe. Als die toename op topsnelheid is, spreken we van Peak Weight Velocity (PWV). Bij jongens gebeurt dit sneller na de PHV dan bij meisjes.
  • Jongens: PWV ongeveer twee tot vier maanden na PHV.
  • Meisjes: PWV ongeveer drie tot negen maanden na PHV.

  • Tijdens de PWV neemt bij jongens de massa van spieren en skelet versneld toe. Daardoor ontstaan tijdens het bewegen nieuwe krachtenvelden rondom de aanhechting van spieren, pezen en banden. Doordat hun spiermassa toeneemt, worden ze ook sterker.

    Meisjes worden breder in de heupen door de gestage toename van vetweefsel, met name in het midden van het lichaam (heupen, billen en borst). Dit heeft ook impact op de werklijnen van de heup, knie en enkel. Bij meisjes staat de knie vaak naar binnen gedraaid of de heup naar buiten gedraaid, waardoor deze werklijnen verstoord zijn. Daar moet je goed rekening mee houden bij alle warming-up oefeningen.
    Aandachtspunten E-jeugd
  • Aandacht voor spelen: maak het leuk.
  • Doe bij een nat veld niet meteen rol- of valoefeningen.
  • Maak de kinderen enthousiast met je houding en stemgebruik.
  • Wees als trainer zelf een actief voorbeeld, blijf dus niet aan de kant staan.
  • Zorg dat je een goed overzicht hebt op de spelers en het speelveld.
  • Praat bij correcties tegen de hele groep.
  • Geef ook individuele aanwijzingen.
  • Gebruik pauzes of rustperiodes om aanwijzingen te geven aan tikkers of lopers en laat de groep zelf met oplossingen komen.
  • Vraag altijd naar het resultaat (spelers zijn hier gevoelig voor).
  • Zorg voor een goede opbouw, begin met makkelijke oefeningen en spelletjes.
  • Aandachtspunten D-jeugd
  • Leg de spelers het belang van een goede warming-up uit. Doorloop alle fasen i.p.v. één deel te intensief. Liever rustig afmaken dan afhaken.
  • Leg bewegingsuitdagingen voor.
  • Waak voor overbelasting, zeker bij een groeispurt. Differentieer per persoon.
  • Zoek uitdagende vormen.
  • Kies voor meerdere stationnetjes (3 à 5) met oefeningen.
  • Vergeet niet om rustmomenten in te lassen.
  • Probeer door houding en stemgebruik de kinderen enthousiast te maken.
  • Wees als trainer zelf een actief voorbeeld, blijf dus niet aan de kant staan.
  • Zorg dat je als trainer een goed overzicht hebt op de spelers en het speelveld.
  • Praat bij correcties tegen de hele groep.
  • Geef ook individuele aanwijzingen.
  • Gebruik pauzes of rustperiodes om aanwijzingen te geven aan tikkers of lopers en laat de groep zelf met oplossingen komen.
  • Vraag altijd naar het resultaat (spelers zijn hiervoor gevoelig).
  • Zorg voor een goede opbouw, begin met makkelijke oefeningen en spelletjes.
  • Aandachtspunten B-jeugd en C-jeugd
  • Leg uit waarom dit programma goed is: het verkleint niet alleen je kans op een blessure, je wordt er ook beter, sneller en fitter van.
  • Je spelers worden steeds beter in:
    • Abstract denken
    • Kritisch denken
    • Zelfreflectie
  • Als trainer ben je vooral bij de oefeningen betrokken als motivator.
  • Doorloop alle fasen i.p.v. één deel te intensief. Liever rustig afmaken dan afhaken.
  • Waak voor overbelasting, zeker bij spelers in de groeispurt.
  • Zoek uitdagende vormen, enthousiasmeer en betrek de hele groep.
  • Houd rekening met sekse. Meisjes zijn al wat zwaarder te belasten dan jongens, maar let op met krachttraining. Goede technische uitvoering is van groot belang.
  • Voor ouders en trainers met weinig ervaring: houd het simpel en veilig. Neem in het begin wat meer tijd, zodat iedere speler begrijpt wat er moet gebeuren. Kwaliteit gaat boven kwantiteit.
  • Activeer en motiveer. Activeren door mee te doen waar dat kan en zelf enthousiast te zijn. Motiveer door spelers verantwoordelijkheden te geven tijdens oefeningen. Zorg dat ze zich melden bij signalen van overbelasting.
  • Aandachtspunten A-jeugd en Senioren
  • Leg uit waarom dit programma goed is: het verkleint niet alleen je kans op een blessure, je wordt er ook beter, sneller en fitter van.
  • Vertel de spelers wat het doel is van de warming-up en zorg dat het een vast onderdeel van de training is.
  • Let op dat spelers zich aan hun afspraken houden. Discipline en plezier gaan hand in hand.
  • Maak ruimte voor samenwerken én onderlinge competitie.
  • Benadruk dat eigen motivatie centraal staat: de speler wil de warming-up graag goed uitvoeren en begrijpt het belang ervan.
  • Stimuleer je spelers om naar de perfecte uitvoering te streven en zich goed te concentreren.
  • Motiveer je spelers op een positieve manier.
  • Voor ouders en trainers met weinig ervaring: houd het simpel en veilig. Neem in het begin wat meer tijd, zodat iedere speler begrijpt wat er moet gebeuren. Kwaliteit gaat boven kwantiteit.
  • Activeer en motiveer. Activeren door mee te doen waar dat kan en zelf enthousiast te zijn. Motiveer door spelers verantwoordelijkheden te geven tijdens oefeningen. Zorg dat ze zich melden bij signalen van overbelasting.
  • Aan de einde van de warming-up voer je de intensiteit op naar 100%: wedstrijdniveau.
  • Begrippenlijst
    Loop-ABCD
    Het loop-ABC is een term die gebruikt wordt bij het benoemen van de basale loopscholingsoefeningen: technische oefeningen die een efficiënt looppatroon ondersteunen. Deze oefeningen hebben een relatief lage impact op de spieren, pezen en gewrichten en passen daardoor goed in een warming-up. Standaard onderdelen van het loop-ABC zijn: trippling, skipping en hakken-billen.

    A. Trippling
  • Zet je voeten op heupbreedte, maak jezelf lang en breng je borst naar voren. Maak lichte voorspanning in je buikspieren door je navel een beetje in te trekken.
  • Trippling is het snel dribbelen op de voorvoeten, waarbij de hak net niet de grond raakt.
  • Je landt steeds op je voorvoet en rolt af richting de hak.
  • Je gaat met iedere pas maar een halve voetlengte vooruit.
  • De kunst van trippling is om je benen en armen snel te bewegen terwijl je romp stabiel blijft.
  • Hou je borst naar voren en je rug recht.

  • B. Skipping
  • Zet je voeten op heupbreedte, maak jezelf lang en breng je borst naar voren. Maak lichte voorspanning in je buikspieren door je navel een beetje in te trekken.
  • Skipping lijkt een beetje op huppelen. Dribbel snel op de voorvoeten terwijl je je knie hoog optrekt, tot een hoek van 90°.
  • De hak raakt net niet de grond. Je rolt af over de bal van de voet richting de hak en springt op dezelfde voet een pasje naar voren.
  • Hou je voeten opgetrokken naar de schenen en het grondcontact kort en fanatiek. Voel dat je voeten een veerfunctie hebben.
  • Je benen en armen doen het snelle werk terwijl je romp stabiel blijft.
  • Hou je borst naar voren en je rug recht.

  • C. Hakken-billen
  • Zet je voeten op heupbreedte, maak jezelf lang en breng je borst naar voren. Maak lichte voorspanning in je buikspieren door je navel een beetje in te trekken.
  • Start met het een rustige trippling en trek om en om een hak naar de bil toe. Je knie wijst recht naar de grond. Als variant kan je de knie van het werkende been naar voren laten wijzen.
  • Bij de inzet van de hakken-bil beweging rasp je denkbeeldig het tapijt onder je vandaan.
  • Zorg voor een gelijkmatig tempo. De hak hoeft de bil niet per se aan te raken, doseer dit.
  • Hou je borst naar voren, met duidelijke spanning in je buik. Probeer je rug niet hol te trekken.

  • D. Dribbelen
    Dribbelen is joggen op wandeltempo. Je maakt kleine, soepele pasjes met een zeer lage voorwaartse snelheid (4 - 6 km/u). Wikkel je voeten heel goed af en laat je armen losjes meebewegen.
    Ervaren Mate van Inspanning
    Als we in de warming-up bij de A-jeugd en de senioren spreken van de EMI-waarde, dan gaat het om de Ervaren Mate van Inspanning. De EMI dient puur als ondersteuning bij het inschatten of de oefening de juiste intensiteit heeft.

    1 = zeer rustig
    2 = rustig (de speler kan erbij praten)
    3 = redelijk
    4 = pittig (de speler hijgt, kan er niet bij praten)
    5 = zwaar
    6 = flink zwaar (de speler hijgt intensief, zweet, voelt lichte verzuring in de spieren)
    7 = zeer zwaar
    8 = zeer, zeer zwaar
    9 = bijna maximaal
    10 = maximaal (wedstrijdniveau, de speler snakt naar adem na de inspanning)
    Rekken
    Door dynamisch te rekken, breng je je spieren al verend op lengte. Je maakt die spieren en gewrichten los die je ook tijdens het hockeyen gebruikt. Zo kun je steeds grotere bewegingen maken met deze spieren en gewrichten. Doe ook dynamische rekoefeningen die specifiek gericht zijn op hockey, met bal en/of stick. Zo verbeter je je coördinatie en loop je nog minder snel blessures op.
    Atletische houding
    De atletische houding is een actieve lichaamshouding waarin alle spieren van de benen optimaal kracht kunnen leveren. Zet je voeten op heupbreedte neer, je knieën minimaal gebogen, je billen ietsje naar achteren. Hou je rug recht en je borst iets naar voren. Je bent klaar voor actie.

    VeiligheidNL is een onafhankelijk expertisecentrum met de missie om ongevallen te voorkomen door veilig gedrag te stimuleren. We helpen mensen hun veiligheid te vergroten in en om het huis, maar ook op straat, op school en op het werk. We monitoren en signaleren ongevallen en letsel en onderzoeken welke vorm van preventie effectief is. Voor de monitoring is het Letsel Informatie Systeem (LIS) de basis, een registratiesysteem bij een representatieve steekproef van Spoedeisende Hulpafdelingen (SEH's) in Nederland, maar we rapporteren ook dodelijke ongevallen en ziekenhuisopnamen door letsels.

    We ontwikkelen effectieve gedragsinterventies die praktisch, oplossingsgericht en op maat zijn en voeren deze ook deels uit. Ten slotte delen wij onze kennis en kunde direct met onze doelgroepen of via professionals, samenwerkingspartners en ambassadeurs. We werken voor en met overheden, bedrijven, zorgverleners en particulieren.

    Lees meer

    De Koninklijke Nederlandse Hockey Bond (KNHB) voert beleid dat gericht is op het bevorderen van een gezonde manier van sporten, op het voorkomen van blessures en op het bijdragen aan een goede behandeling van blessures. Dit gebeurt in samenwerking met gespecialiseerde organisaties, bijvoorbeeld in landelijke campagnes, maar ook vanuit eigen sportmedisch beleid. De KNHB heeft een Medische Commissie die het bestuur adviseert inzake het te voeren sportmedisch beleid. Om bovengenoemde doelstellingen te bereiken ontwikkelt de KNHB diverse activiteiten, vooral op gebied van voorlichting en deskundigheidsbevordering.

    Lees meer

    Het Athletic Skills-programma heeft tot doel de jonge sporter te ontwikkelen tot een veelzijdige goede beweger, die vervolgens uitgroeit tot een atleet; deze atleet gaat zich specialiseren in één sport en tot slot zal de atleet zich binnen de sport gaan ontwikkelen tot een absolute specialist.

    Het programma gaat over welzijn, gezondheid en talentontwikkeling van kinderen en adolescenten tot volwassenen.

    Lees meer

    Loop-ABC: Skipping

    Het verbeteren van de looptechniek en een efficiente romphouding terwijl de armen en benen snel bewegen.

    Doelgroep

    A-Jeugd

    Duur van de oefening

    Ongeveer 1 minuut

    Organisatie

    Zet vanaf de achterlijn een rij uit van 5 pylonen met een onderlinge afstand van 5 meter. Maak 2 rijen die achter de achterlijn staan opgesteld. De spelers voeren aan weerskanten van de pylonenreeks tegelij hun loopscholingsoefeningen uit naar het einde van de pylonenreeks. Daar draaien ze en dribbelen ze me een ruime bocht rustig terugdribbelennaar het begin.

    Illustratie
    Alles
    A-Jeugd
    B-Jeugd
    C-Jeugd
    D-Jeugd
    E-Jeugd
    Senioren
    Favorieten

    Je account is correct geregistreerd!

    Terug naar login

    Maak een nieuw wachtwoord aan

    Over Warming-up

    Warming-up Hockey is een initiatief van VeiligheidNL in samenwerking met KNHB.

    Inhoud is verzorgd door: VeiligheidNL, KNHB, Medicort Sports & Orthopedic Care, Athletic Skills Model, Bureau SportZorg, Hoogenboezem.

    Copyright 2019 VeiligheidNL
    Alle rechten voorbehouden.


    Informatie en functioneren VeiligheidNL en inhoudelijke betrokkenen streven naar een zorgvuldige controle van de informatie die zij via deze website aanbieden, zodat deze correct en volledig is. Desondanks kunnen de makers geen garantie geven voor het geheel, tijdig, volledig of juist overbrengen van elektronische informatie. Makers kunnen ook niet garanderen dat de website zonder enige onjuistheden functioneert.

    Wijzigingen

    Mocht u dergelijke onjuistheden tegenkomen, dan stellen wij het zeer op prijs indien u dit aan ons doorgeeft via info@veiligheid.nl. Aan de verstrekte informatie kunnen geen rechten worden ontleend. VeiligheidNL en inhoudelijk betrokkenen behouden zich het recht voor om alle informatie in deze website, op ieder moment en zonder verdere aankondiging, te wijzigen of te verwijderen. Verantwoordelijkheid gebruiker U bent als gebruiker zelf verantwoordelijk voor het treffen van maatregelen tegen (mogelijke) schade die het gebruik van deze website met zich meebrengt of mee kan brengen.

    VeiligheidNL en inhoudelijk betrokkenen aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele fouten of onvolkomenheden, noch voor de gevolgen hiervan zoals winstderving. VeiligheidNL aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor de inhoud van sites en websites die niet door VeiligheidNL worden onderhouden en waar naar wordt verwezen of die verwijzen naar sites en websites van VeiligheidNL.

    Auteursrechten

    De auteursrechten van de digitale content komen toe aan VeiligheidNL en haar eventuele licentiegevers.

    Toepasselijk recht

    De Nederlandse rechter is bij uitsluiting bevoegd in een geschil tussen VeiligheidNL en de gebruiker van deze website. Op deze disclaimer is Nederlands recht van toepassing.

    Registratiepagina

    Voornaam
    Achternaam
    Email
    Type
    Gender
    optIn
    Wachtwoord
    Register