De ladder / 5 blokjes
Duur: 5 minuten
Doelgroep:

Doel

Het verbeteren de looptechniek en coordinatie.

Wat is nodig?

  • 12 pylonen (of 24 voor twee organisaties)

*     *      *      *      *      *     

*     *      *      *      *      *

Organisatie

Maak een rechte lijn door om de 75 centimeter een pylon neer te zetten. Parallel aan deze lijn maak je op 50 centimeter afstand nog zo'n pylonenreeks.

Maak een rij spelers die achter de eerste pylon aan de linkerkant staan opgesteld.

De spelers voeren in stroomvorm hun behendigheidsoefeningen tot de laatste pylon (rechts of links), waar ze draaien en met een ruime bocht rustig terugdribbelen naar het begin.

Je kunt zo nodig twee organisaties maken (5 meter uit elkaar) waarbij de spelers in stroom- of estafettevorm hun behendigheidsoefeningen uitvoeren tot de laatste pylon (rechts of links). Bij de laatste pylon draaien de spelers en dribbelen ze met een ruime bocht aan de buitenzijde (niet tussen de organisaties door) rustig terug naar het begin.

Beschrijving oefening

Laat de spelers tien verschillende vormen uitvoeren:

1.A      Links startend skippings voorwaarts, een contact per vierkant.

1.B      Rechts startend skippings voorwaarts, een contact per vierkant.

2.A      Rechts zijwaarts skippings, twee contacten per vierkant.

2.B      Links zijwaarts skippings, twee contacten per vierkant.

3.A      Icky voorwaarts, twee grondcontacten binnen en twee grondcontacten buiten een vierkant.

3.B      Icky achterwaarts, twee contacten binnen  en twee – buiten een vierkant.

4.A      Links zijwaarts naast de ladder en alleen links in- en uitstappen.

4.B      Rechts zijwaarts naast de ladder en alleen rechts in- en uitstappen.

5.A      Links zijwaarts naast ladder met twee benen om en om in- en uitstappen, start links.

5.B      Rechts zijwaarts naast ladder met twee benen om en om in- en uitstappen, start rechts.

Aandachtspunten

  1. Zorg dat de spelers steeds in beweging blijven en dus niet stil komen te staan. De oefeningen moeten elkaar snel opvolgen.
  2. Als de eerste speler terug is bij het begin, doe je meteen de volgende oefening voor. Zodat de spelers blijven bewegen.
  3. De oefening is niet gericht op snelheid. Let er vooral op dat de oefeningen goed worden uitgevoerd.
  4. Zorg voor een rustige opbouw van de oefening. Waarbij je zowel tempo, snelheid als speelrichtingen geleidelijk moeilijker maakt.