Acht op een rij plus
Duur: 5 minuten
Doelgroep:

Doel

Het verbeteren van de looptechniek en coördinatie.

Wat is nodig?

  • Acht pylonen (of zestien voor twee organisaties)

Organisatie

Zet een rij uit van acht pylonen met een onderlinge afstand van 0,75 meter.

Maak een rij spelers die achter de eerste pylon staan opgesteld.

De spelers voeren in stroomvorm hun behendigheidsoefeningen uit naar het einde van de pylonenreeks, waar ze draaien en met een ruime bocht rustig terugdribbelen naar het begin.

Maak zo nodig twee organisaties (5 meter uit elkaar) waarbij de spelers in stroom- of estafettevorm hun behendigheidsoefeningen uitvoeren naar het einde van de pylonenreeks. Bij de laatste pylon draaien de spelers en dribbelen ze met een ruime bocht aan de buitenzijde (niet tussen de organisaties door) rustig terug naar het begin.

Beschrijving oefening

Laat de spelers tien verschillende vormen uitvoeren:

1.A      Slalom voorwaarts tussen de pylonen door.

1.B      Slalom achterwaarts tussen de pylonen door.

2.A      Slalom voorwaarts, voeten maken een dubbele sluitpas schuin zijwaarts.

2.B      Slalom achterwaarts, voeten maken een dubbele sluitpas  schuin zijwaarts.

3.A      Sta naast de pylonen. Beweeg nu twee pylonen voorwaarts en een pylon terug,  etc.

3.B      Sta naast de pylonen. Beweeg nu twee pylonen achterwaarts en een pylon vooruit, etc.

4.A      Sta naast de pylonen zijwaarts. Beweeg nu twee pylonen zijwaarts naar rechts en een pylon terug naar links, etc.

4.B      Sta naast de pylonen zijwaarts. Beweeg nu twee pylonen zijwaarts naar links en een pylon terug naar rechts, etc.

5.A      Slalom hinkelend op je rechterbeen door de pylonen.

5.B      Slalom hinkelend op je linkerbeen door de pylonen.

Aandachtspunten

  1. Zorg dat de spelers steeds in beweging blijven en dus niet stil komen te staan. De oefeningen moeten elkaar snel opvolgen.
  2. Als de eerste speler terug is bij het begin, doe je meteen de volgende oefening voor. Zodat de spelers blijven bewegen.
  3. De oefening is niet gericht op snelheid. Let er vooral op dat de oefeningen goed worden uitgevoerd.
  4. Zorg voor een rustige opbouw van de oefening. Waarbij je zowel tempo, snelheid als speelrichtingen geleidelijk moeilijker maakt.